juli 2016

dinsdag 14 februari 2012

Lokale economie

De sterke daling van de olieprijs na de piek in 2008 (van 147 naar 40 dollar per vat) geeft aan dat er een duidelijk verband is tussen olieprijs, olieverbruik en economische groei. De hoge brandstofprijzen zorgen ervoor dat er minder wordt gereden en verbrand. De kosten van transport (schip, trein, vrachtauto of vliegtuig) zullen de grenzen van onze globale handel gaan bepalen, niet de (lage) lonen.

Het wordt dus relatief steeds goedkoper om goederen uit de eigen regio te halen. Zo zorgt de hoge olieprijs ervoor dat er in Amerika weer nieuw leven wordt geblazen in de staalindustrie. 

Voedsel is nog meer dan staal afhankelijk van olie, omdat voedsel tijdens het transport moet worden gekoeld. Een lokale economie betekend dus ook dat ons voedsel weer in de regio verbouwd gaat worden. Bij een olieprijs van 150 dollar per vat, wat in 2008 werd bereikt, zijn de transportkosten zo hoog dat het voor de meeste producten het goedkoopste is om ze lokaal te produceren. We zullen lokale producten gaan kopen en steeds actiever worden in onze eigen omgeving. Dit zal er waarschijnlijk voor zorgen dat onze buurten veel prettiger worden om in te leven. Een kleinere wereld betekent niet alleen een lokale i.p.v. een globale economie, maar ook dat we minder ver zullen reizen en ons meer op onze directe omgeving zullen richten. De emissies van CO2, fijn stof en NO2 zullen dus ook afnemen door hogere brandstofprijzen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen